Eenvoudige raglan trui breien
Een eenvoudige raglan trui breien klinkt misschien als een groot project, maar in de praktijk is het één van de meest logische manieren om een trui te breien. Je werkt van boven naar beneden, in één stuk, zonder ingewikkelde schoudernaden. Dat maakt het overzichtelijk en prettig om te volgen, zelfs als dit je eerste trui is.
In dit blog leg ik rustig uit hoe het principe werkt, welke materialen je nodig hebt en vind je een duidelijk patroon dat je stap voor stap kunt volgen. Geen losse flarden uitleg, maar een opbouw die je echt begrijpt terwijl je breit.
Wat is een raglan trui precies?
Een raglan trui herken je aan de schuine lijnen die van de hals naar de oksels lopen. Deze lijnen ontstaan doordat je op vier vaste punten steken meerdert. Vanuit de hals groeit de trui geleidelijk naar beneden en vormen zich vanzelf het voorpand, achterpand en de mouwen.
In plaats van losse delen die je later aan elkaar moet naaien, werk je de trui in één geheel. Alles ontstaat vanuit hetzelfde beginpunt. Dat geeft niet alleen een mooie schouderlijn, maar zorgt er ook voor dat je tijdens het breien direct ziet hoe de pasvorm zich ontwikkelt.
Waarom een eenvoudige raglan trui breien?
Veel klassieke truien worden in delen gebreid. Dat betekent aparte voor- en achterpanden, losse mouwen en daarna alles in elkaar zetten. Voor beginners kan dat onoverzichtelijk zijn.
Bij een trui met raglan mouwen:
- Brei je in het rond
- Heb je geen schoudernaden
- Kun je tijdens het breien passen
- Hoef je nauwelijks naaiwerk te doen
De techniek is steeds hetzelfde: op vier vaste punten meerderen. Zodra je dat principe begrijpt, wordt het bijna ritmisch breien.
Welke materialen heb je nodig?
Voor een eenvoudige raglan trui heb je niet extreem veel nodig, maar een goede voorbereiding maakt het verschil. Gebruik een rondbreinaald met een kabel van 80 of 100 centimeter. De naalddikte kies je op basis van je wol, meestal tussen 4 en 5 mm voor een gemiddelde trui.
Daarnaast heb je nodig:
- Steekmarkeerders (minimaal vier)
- Een stopnaald
- Een meetlint
- Eventueel een hulpdraad voor de mouwen
Kies een wol die prettig breit en voldoende veerkracht heeft. Een middel-dikke wol in een effen kleur is ideaal als je de techniek goed wilt zien.
Maak altijd eerst een proeflapje. Tel hoeveel steken je breit per 10 centimeter. Dit bepaalt uiteindelijk of je trui goed past.
Patroon raglan trui breien
Onderstaand patroon is een overzichtelijk uitgangspunt voor een gemiddelde damesmaat M. Vanuit hier kun je later eenvoudig aanpassen.
Stap 1: de halsboord breien
Zet 88 steken op en sluit de toer zonder te draaien. Brei 6 centimeter boordsteek (1 recht, 1 averecht). De boord zorgt dat de hals mooi aansluit en niet gaat lubberen. Brei niet te strak, want je hoofd moet er later comfortabel doorheen passen.
Stap 2: de steken verdelen
Nu verdeel je de steken in vier delen:
- 28 steken voorpand
- 14 steken mouw
- 28 steken achterpand
- 14 steken mouw
Tussen elk deel plaats je een steekmarkeerder. Dit zijn je raglanpunten. Hier ga je straks meerderen. Vanaf dit moment begint de vorming van de trui.
Stap 3: de raglanmeerderingen
Bij een eenvoudige raglan trui breien meerder je steeds op dezelfde manier. Voor én na elke markeerder brei je een meerdering. Dat betekent:
- 1 steek meer vóór de markeerder
- 1 steek meer ná de markeerder
Je doet dit bij alle vier de punten. Per meerderronde komen er dus 8 steken bij. Herhaal deze meerderronde elke tweede toer. Tussen de meerderingen door brei je gewoon recht. Langzaam zie je de schouders breder worden en ontstaan de schuine raglanlijnen.
Blijf meerderen tot de diepte van je werk ongeveer 22 centimeter is gemeten vanaf de hals. Dit is gemiddeld de juiste okseldiepte voor maat M. Twijfel je, pas de trui dan even over je hoofd. De mouwen moeten comfortabel onder je oksels vallen.
Stap 4: mouwen apart zetten
Wanneer de pasvorm goed is, zet je de mouwsteken op een hulpdraad. Doe dit bij beide mouwen. Onder de oksel zet je vervolgens 6 nieuwe steken op. Dit geeft extra bewegingsruimte. Daarna brei je het voor- en achterpand in één stuk verder in het rond.
Vanaf hier wordt het breien rustiger. Geen meerderingen meer, alleen lengte maken.
Stap 5: het lijf breien
Brei in tricotsteek (alle steken recht in het rond) tot de trui de gewenste lengte heeft. Voor een standaardmodel is 60 centimeter een mooie richtlijn, maar pas dit gerust aan.
Sluit af met 6 centimeter boordsteek. Kant daarna elastisch af zodat de onderkant mooi meerekt.
Je lijf is nu klaar.
Stap 6: de mouwen breien
Plaats de steken van één mouw terug op de naald en neem de 6 okselsteken op. Plaats een markeerder midden onder de arm. Wil je een licht taps toelopende mouw, minder dan elke 8e toer 2 steken onder de arm. Zo ontstaat een natuurlijke vorm. Brei door tot de mouw de gewenste lengte heeft en eindig met 5 centimeter boordsteek. Kant elastisch af.
Herhaal dit voor de tweede mouw.
Hoe pas je de maat aan?
Een raglan trui kun je makkelijk aanpassen tijdens het breien. Meer steken opzetten betekent een bredere hals en grotere trui. Minder steken zorgt voor een kleinere maat.
Wil je nauwkeuriger werken, gebruik dan je proeflapje:
- Meet je borstomtrek
- Bereken hoeveel steken je per centimeter breit
- Vermenigvuldig dit met je gewenste breedte
Zo maak je een trui die echt past.
Hoe hoort een raglan trui te zitten?
Een goed passende raglan trui sluit comfortabel aan zonder strak te trekken bij de oksels. De raglanlijnen lopen vloeiend van hals naar oksel en liggen mooi op de schouder.
De mouwen moeten ruimte geven om je armen te bewegen zonder spanning. Het lijf valt recht naar beneden zonder te plooien of te trekken.
Twijfel je tijdens het breien? Passen is het grote voordeel van deze methode. Maak daar gebruik van.
Veelgemaakte fouten
- Te snel meerderen, waardoor de schouders te breed worden.
- Geen proeflapje maken, waardoor de maat niet klopt.
- Te strak afkanten bij de hals of boord.
- Vergeten extra steken op te zetten onder de oksel.
Rustig werken en regelmatig meten voorkomt vrijwel alle problemen.
Waarom deze methode zo prettig is
Een eenvoudige raglan trui breien voelt overzichtelijk omdat je steeds hetzelfde principe volgt: vier punten, regelmatig meerderen, daarna recht naar beneden werken. Het patroon raglan trui breien is daardoor niet ingewikkeld, maar juist logisch opgebouwd. Je leert ondertussen belangrijke technieken zoals meerderen, steken opnemen en in het rond breien.
Voor je het weet heb je een trui die niet alleen warm is, maar ook helemaal door jou is gemaakt.



